Dit schrijverslog is een onderdeel van het project: Jack's Laatste
Droom
en moet gezien worden als ondersteuning en aanvulling
op het materiaal dat daar te lezen is.


maandag 5 april 2010

Notities bij H 11, 12 & 13

Een gevoel van vervreemding trad de afgelopen dagen op. Vervreemding van mezelf. Omdat ik niet goed wist wat ik er mee aanmoest, besloot ik mezelf op te sluiten en toch vooral te schrijven. Op dit moment heeft dat al geresulteerd in drie hoofdstukken (nummer 14 is al af en staat klaar voor publicatie) en een volgende is, na een douchebeurt en het afscheren van mijn kluizenaarsbaard, ook in de maak vandaag.

Er is van alles wat ik zou kunnen doen. Aan het werk gaan bijvoorbeeld, want dat ligt er genoeg. Feitelijk ken ik helemaal geen echte vrije dagen. Maar ik denk niet dat er vandaag veel ander werk verzet gaat worden. Dus het zal wel op nog meer schrijven aankomen.

En dat loopt in ieder geval wel. Natuurlijk ben ik niet over alles tevreden, maar het kan altijd nog verbeterd worden. Het loopt niet weg. Hoofdstuk 11 vind ik in ieder geval aardig geslaagd. Het 'boodschappenlijstje' zorgt voor een komische noot, maar wie dieper leest, ontdekt ook de eenzaamheid van de hoofdpersoon in zijn manier van winkelen en de artikelen die hij kiest. Zijn benadering van de manier waarop hij een kaart kiest en vervolgens bedenkt wat hij er op wil schrijven, is een indicatie van de wereldvreemdheid en contactgestoordheid die onder de oppervlakte ligt.

Die eigenschappen worden in hoofdstuk 12 verder uitgewerkt, waarin Jack voor de zoveelste keer zal merken dat de wereld niet voor hem gemaakt is en dat hij geen plaats in het middelpunt kan krijgen. Er is gewoon geen ruimte voor hem, maar omdat hij diep van binnen toch graag wil, kan hij de verleiding niet weerstaan om hernieuwde pogingen te doen zijn wereld te herscheppen. Zonder succes en met de nodige verbittering.

In hoofdstuk 13 zien we dan dat hij het in eerste instantie toch probeert. Hij vat de moed op om Lynn een kaart toe te stoppen. De tekst toont opnieuw zijn zachte maar contactgestoorde karakter. Niemand zou met zijn volle verstand in zo'n vroeg stadium zichzelf zo blootgeven. Maar omdat Jack een gevoelsmens is, lijkt er voor hem geen andere keuze. Lynn heeft terecht moeite om de betekenis te duiden, want de afzender heeft daar evengoed moeite mee. De twijfel slaat bij hem toe. Weer een teken dat hij zich met zaken bemoeit waar hij beter ver van uit de buurt kan blijven.

Maar dan zal er nog een hoofdstuk 14 komen, waarin Jack toch weer wat ontspanning zal krijgen en zowaar een mooi initiatief krijgt toegeworpen. Een mooie ontmoeting, die in ieder geval zegt dat er best ruimte zou kunnen zijn. Op z'n minst voor vriendschap...

vrijdag 2 april 2010

Nog even geen notities bij H 11

Dit hoofdstuk is voorlopig even het laatste dat ik in de komende dagen publiceer. En ik heb ook geen zin om er nu uitleg bij te geven. Sinds gisteravond ben ik in een cynische bui van het soort dat ik zelden zo heb. Het kan ook sarcasme zijn of gewoon boosheid of iets heel anders, maar het punt is: daar moet ik gebruik van maken, want ik ben tenslotte alleen op deze wereld gezet om de mensen te vermaken (ik zei het toch, daar heb je de eerste cynische opmerking al). Dus ik type hier gewoon wat zooi van me af en je moet maar kijken of je zin hebt om door te lezen. Ik type er niet minder om.

Ik merkte mijn bui voor het eerst gisteravond op mijn werk op. De dag ervoor waren collega's naar een bus op het marktplein geweest waar zij zich gratis konden laten controleren op (de aanleg voor) diabetes. Ze kregen naderhand een kartonnen schijf mee, waarmee je de BMI van je lichaam kon berekenen. De berekening is

Lengte X Gewicht = Kijk Eens Hoe (On)Gezond Ik Ben!

Als je de lengte met je gewicht samenbracht in de schijf dan kwam het pijltje op een kleur te staan. Rood voor Ongezond, Oranje voor Dat Kan Nog Wel Iets Gezonder, Geel voor Je Bent Er Nog Net Niet Helemaal, Groen voor Goed Zo En Nu Wel Vast Blijven Houden Hè.
De meeste collega's zaten nog in het groen, wat een wonderlijke prestatie is als je weet hoeveel koek, snoep en (de laatste tijd) paaseitjes er op een dag achter de kassa naar binnen worden gewerkt. De winkel waar ik werk houdt in zijn eentje de cacaoindustrie van een klein land op peil. Ik was de enige die een nog grotere prestatie had geleverd door onder dat vreetgeweld het voor elkaar te krijgen als enige in de (nog niet genoemde) blauwe categorie terecht te komen. Dat is de categorie voor Nu Sla Je Toch Echt Iets Teveel Door Want Ondergewicht Is Ook Niet Echt De Bedoeling Dus Vreten Kreng!
Hoewel het op zich geen verrassing was, keek ik er toch met enige verbazing naar. Ik besloot dat de maker van deze schijf waarschijnlijk net zo ongelukkig is of was als ik ben. Want de kleur blauw, die kies je niet voor niets. Hij kende de term 'Feeling Blue' overduidelijk en was er mee aan de haal gegaan. Dat hij ondanks zijn verdriet toch nog zo'n magische kartonnen schijf in elkaar had geknutseld ( en er hopelijk vorstelijk voor betaald werd), mag een prestatie van formaat genoemd worden. Ik doe het hem (of haar) niet na.
Ik schoof het pijltje nog iets verder door en kwam in een wit gebied uit dat de grens tussen blauw en rood vormde. Een niemandsland dat mijn cynisme een nieuwe impuls gaf. Ik zei tegen mijn collega's:

'De kleur is hier verkeerd. Het moet niet wit zijn, maar zwart. Want hier kun je de BMI van iemand berekenen die al een paar jaar in een kist onder de grond heeft gelegen.'

Ik stelde me voor dat er in de legenda ook een zwart balkje was opgenomen met de verhelderende tekst: Als U Het Nog Niet Wist, Dan Heb Ik Nieuws Voor U: Officieel Mag Ik U Dood Verklaren.

Ik vervolgde mijn Tour De Cynisme door een briefje van een collega, dat op het laatste verkochte exemplaar van zijn boekentip zat geplakt met de mededeling Zeer Geestig, op een Bijbel te plakken. Die legde ik natuurlijk niet zo in de winkel, maar achter de toonbank voor het vermaak van de collega's. Daar ben ik tenslotte voor op de wereld gezet, weet je nog. Niemand had door dat ik met enige zorgvuldigheid voor een Kathollieke variant van het Heilige Boek had gekozen. Dat leek me wel terecht. De laatste keer dat ik een Bijbel opensloeg om er serieus in te lezen was al ruim voor mijn vijftiende levensjaar, toen ik besloot dat God wel een heel kinderachtig kereltje moest zijn als hij mij zo dwars wilde zitten in mijn leven. Bij mijn weten had ik weinig verkeerd gedaan, dus ik vond (en dat vind ik nog steeds) het totaal onrechtvaardig. Goed, ik had op de basisschool wel eens het stickerboekje van de juf gestolen (je weet wel, die waar je er één van kreeg als beloning voor goed werk - wat waren we nog met weinig tevreden toen). Maar dat had ik uiteindelijk eerlijk opgebiecht (ik ken mijn Katholieke pappenheimers) en er netjes mijn excuses voor aangeboden. Al heb ik dus al in geen tijden meer in een Bijbel gelezen, ik ken de tekst 'Hij die zonder zonde is, werpe de eerste steen.' Dat ik de paus diezelfde tekst hoorde gebruiken om grootschalig seksueel misbruik in de Katholieke Kerk  te vergoeilijken, leek mij dus voldoende rechtvaardiging voor het opplakken van een briefje met de tekst: Zeer Geestig.

Toen ik thuiskwam en uiteindelijk naar bed ging, legde ik een handdoek op mijn stapeltje kleren om er de volgende ochtend voor te zorgen dat ik niet zou vergeten daadwerkelijk onder een douche te stappen. Toen ik wakker werd (voor de derde keer, want ik had die nacht onrustig geslapen) zag ik pas bewust dat die handdoek te dicht bij mijn gemoedstoestand kwam om hem daadwerklijk te gebruiken. Je raad het al, het ding was blauw. Ik propte het ding dus weer in de kast, negeerde de witte variant die er nog wel te vinden was en trok boos mijn kleren aan. Misschien ga ik morgen nog wel douchen. Of overmorgen. Of... nou ja, het komt er vast nog wel een keertje van.

Een gedachte. Het leven is een spelletje genaamd: Wie Is De Drol? Doel van de deelnemers is om ervoor te zorgen dat ik zo ver mogelijk in bruine vegen over de stoep wordt uitgesmeerd.
Ik maakte twee geroosterde witte boterhammen met kaas klaar, die weliswaar geen wonderen zouden doen voor mijn BMI, maar in ieder geval nog binnen te houden waren. Daarna kroop ik met mijn ongekamde kop achter de computer waar ik as we speak zit te typen, wat ik pas later op de dag publiceer omdat op moment van schrijven hoofdstuk 11 nog in gekrabbelde vorm in een notitieboekje staat en dus nog moet worden overgetypt. Het cynisme is in het eerste deel van de tekst eigenlijk ook al een beetje voelbaar (hè verdomme, ga ik nu toch nog een notitie bij H 11 maken?), maar in het tweede deel, dat in de bus geschreven is en dus wat langer zal duren om te ontcijferen wegens de snelheidsbeperkende heuvels in het wegdek, is het me niet gelukt dit vol te houden. Het werd toch nog soppig. Er zijn blijkbaar grenzen aan mijn cynisme.

Nu ben ik dus hier; waar cynisme ook best boosheid genoemd mag worden. Boos op de wereld om mij heen. Boos op mezelf. Boos op de zon die schijnt en totaal geen rekening houdt met de donkere wolk in mijn gemoedstoestand. Op de drempel van een lang weekend. Eentje waarin ik verplicht een paar keer de deur uit moet met zorgvuldig gereconstrueerde glimlach op mijn gezicht alsof de wereld wel leuk is en ik weliswaar gemaakt ben om anderen te vermaken, maar daar zelf ook nog best plezier aan beleef. Eentje waarin ik vanavond nog de deur uit moet om een vergadering bij te wonen met een blik waaruit moet blijken dat het mij daadwerkelijk iets kan schelen wat er besloten wordt (zoals ik er vroeger wel over dacht, maar nu even niet).
Ondertussen voel ik sterk de behoefte om iets kapot te maken, maar alles wat hier om mij heen staat is daadwerkelijk van mijzelf, dus dat is dan toch zonde. Bovendien is het dus nog ochtend als ik dit schrijf en ik heb een poes (de enige echte vrouw in mijn leven, hoe treurig) die al regelmatig de honeurs waarneemt op dit terrein, waarbij ik haar achterna zit met een plantenspuit om haar toch vooral te laten merken dat dit niet de bedoeling is. En ik kan moeilijk, na iets stuk gemaakt te hebben, mezelf met een plantenspuit bewerken, want dan heb ik toch nog een douche gehad terwijl mijn hoofd daar helemaal niet naar staat. En om de spuit niet te gebruiken na een eigen vernieling is natuurlijk niet eerlijk tegenover de poes die dan onmiddelijk zou denken: Hij die zonder zonde is, werpe de eerste steen. Dat weet ze, omdat ze heeft meegekeken op het moment dat de paus dit op de televisie verkondigde.
Ik hoop dat deze tekst u allen vermaakt heeft. Daarvoor ben ik tenslotte op deez' aard gebracht. En het is een verantwoordelijkheid die ik zeer hoog opneem. Dus bij deze. Rest mij alleen om u allen nog een prettig weekend te wensen. Op een houten tuinbankje, in de zon, tussen de regenbuien door (sorry, die zijn voor mij bestemd), hand in hand met een geliefde, onderwijl beide lezend in een boek (zelfs al is het heel ongemakkelijk om met je enige vrije hand een bladzijde om te slaan en er tegelijkertijd voor te zorgen dat het boek niet dichtklapt, zodat je niet precies meer weet waar je gebleven ben - Dat laatste is dan weer een lichtpuntje voor mij, want ik heb de luxe om twee handen beschikbaar te hebben, maar dat besef zal niet genoeg zijn om mijn BMI weer naar het groen te verplaatsen).

Geniet er van... iemand moet dat doen en aangezien ik het niet kan... Zo hebben we allemaal een taak. De mijne is nu even volbracht. Tot over een paar dagen... als cynisme/sarcasme/boosheid/of iets heel anders, niet omgeslagen zijn in totale gevoelloosheid. Dat zou natuurlijk zonde zijn voor het verhaal hè.

donderdag 1 april 2010

Notities bij H 10

Eigenlijk zou dit hoofdstuk ook 8.2 kunnen zijn in plaats van 10. Even heb ik overwogen om het verhaal van David gewoon in te kapselen in dat hoofdstuk, maar uiteindelijk leek het me beter om een scheiding aan te brengen. Vooral omdat de verhoudingen na het lezen van Jack's werk vrijwel direct veranderd zijn. Er is iets gebeurt. Zij heeft hem daadwerkelijk beter leren kennen. Niet alleen door zijn verhaal, maar ook door de manier waarop hij zijn woorden heeft gevormd. Het meest opvallende is, dat terwijl ik het schreef ik ongemerkt in de tegenwoordige tijd bezig was. Ik heb geen idee waarom ik die tijdswisseling zo onbewust bewust aanbracht. Ik vind de tekst mooier in de tegenwoordige tijd, maar ik heb het toch woordje voor woordje omgewerkt. Op een paar woorden na die ik expres zo heb laten staan. Maar misschien moeten die alsnog ook worden teruggezet.

De aantrekkingskracht tussen de twee hoofdpersonen is onlosmakelijk, maar er is eigenlijk nergens echte vrolijkheid. Nog niet in ieder geval. De melancholie van Zachte Ziel slaat door in het moment. Ze leren elkaar al direct in alle diepte kennen en dat geeft een bepaalde spanning met zich mee die ontroerend en ook een beetje eng is.

Dat is alles wat ik daar op dit moment over kan zeggen. Er is wel meer. Er voelt wel meer tussen de regels, maar ik kan de energie niet opbrengen om me daar dieper in te nestelen. Want er is één groot probleem wanneer je een persoonlijk verhaal vertelt dat niet synchroon loopt met je eigen leven... je moet een gevoel terughalen en er de schoonheid van het moment in terugbrengen, zonder je te laten leiden (of lijden) door het eindresultaat. Dat kost moeite, maar op dit moment ben ik niet ontevreden. Later misschien wel als ik het heb uitgeprint en er met een potlood driftig in ga zitten krassen. Ik kan het me nu nog niet helemaal voorstellen, krassen in mijn ziel, maar het zal ongetwijfeld gaan gebeuren.

En als het af is, volgt de mechanische kant van het verhaal. Op moment van schrijven heb ik dertig onopgemaakte A4-tjes volgetypt. Na bewerken, opmaken en halvering van de paginagrootte, worden dat waarschijnlijk tussen de vijftig en zestig boekpagina's. Dat is al een aardig aantal. En het verhaal moet eigenlijk nog beginnen. Wat ik ermee ga doen als het af is, weet ik nog niet precies. Ik denk er over om het geheel in een ebook te gieten, met als extra's wat van de berichten op dit schrijverslog en wat originele berichten (de tekst die Lynn in hoofdstuk 10 voorleest, heeft bijvoorbeeld in een iets andere vorm op mijn blog gestaan) van de twee blogs die ik hiervoor een tijdje onderhield. Sommige van die teksten zijn al terug te vinden op het andere blog onder het kopje Achtergronden als Jack's Soul. Ze kunnen een soort inzicht geven in de weg die uiteindelijk naar dit werk geleid heeft. Misschien wel mooi. Maar dat is allemaal voor later.

Eerst ga ik me richten op het zoeken naar bezigheden om een paasweekend door te komen. Ik werk niet in de toeristensector zoals Jack, dus ik ben echt vrij en moet officieel het ritme onderbreken. Gelukkig kun je ook werk maken als het er niet is en er zijn nog altijd kleine verplichtingen die de wereld om me heen van mij verlangt. Het is een beetje eng om vier dagen achter elkaar vrij te zijn zonder een heel precieze invulling en eigenlijk helemaal geen leuk vooruitzicht. Zeker na een maand dat ik amper weekenden heb gehad. Veel lezen en schrijven dan maar om de tijd te doden tot Jack's ritme weer de mijne mag zijn.