Vanochtend opende ik de gordijnen in de woonkamer en nam kennis van een bijzonder prettig uitzicht. Op het raam zitten drie grote vogelpoepvlekken. Ik moet zeggen dat ik het bijzonder knap vind dat het beest (ik ga er voor het gemak even vanuit dat het door één dader is verricht) op twee hoog al vliegend zijn lading stront over mijn ruit gedeponeerd heeft. Ik stelde me voor hoe het diertje hangend in de lucht, zijn kontje naar mijn raam richtte en er een dunne witte smurrie uitspoot. De behoefte was groot, dus tien centimeter daaronder herhaalde hij deze handeling en schoot een tweede lading tegen mijn raam. Maar wacht... hij had nog een beetje over, met als resultaat een derde kleinere vlek drie centimeter daaronder.
Je begrijpt, de toon was met dat beeld wel weer gezet. Het zou zo'n soort dag worden. De perfecte dag om te gaan schrijven. De komende twee dagen bestaan uit werken, werken, een verjaardag, werken en werken, dus vandaag besloot ik de uurtjes (voordat ik straks weer naar het werk ga) te vullen met wat schrijverij.
Ook wel bekend als literair exhibitionisme. Dat is een schrijver eigen. Niet alleen omdat je schrijft wat je weet, maar vooral omdat een schrijver gewoon veel met zichzelf bezig is. Sommige mensen schrijven specifiek over hun leven, bijvoorbeeld op een blog zoals ik hier wel eens pleeg te doen, anderen schrijven fictie, maar die is altijd doorspekt met het zelf.
Natuurlijk, iedereen is met zichzelf bezig. Aard van het beestje. Zelfs Jezus (ik ontken het bestaan van de man niet alleen heb ik mijn twijfels bij de waarachtigheid van de verhalen) was regelmatig met zichzelf bezig. Hij besloot bijvoorbeeld dat het goed zou zijn als hij als martelaar voor de mensheid de geschiedenis in zou gaan en deed zijn uiterste best om de profetie daarover uit te laten komen. Toen dat niet lukte, vroeg hij Judas, waarschijnlijk één van zijn trouwste discipelen, om hem aan te geven, zodat het proces enigszins versneld zou worden. Jammer voor Judas, want om het verhaal wat smeuïger te maken, werd hij neergezet als een verrader die zelfmoord pleegde en tot op de dag van vandaag niet meer aan dat stigma is ontkomen. Zelfs in onze taal zijn daar nog voorbeelden van te vinden. Had Jezus het gedaan als hij wist wat het voor Judas zou betekenen? Waarschijnlijk wel, want ook Jezus dacht vooral aan zichzelf.
Maar ik dwaal een beetje af. Waar het om gaat is... iedereen is met zichzelf bezig, maar een schrijver maakt er zijn beroep van om met zichzelf bezig te zijn. En een amateurschrijver maakt er zijn hobby van. Het resultaat van vandaag is dat hoofdstuk 21 af is, waarin Lynn voor het eerst weer een zaak in de rechtszaal doet en Jack haar vanaf de achterste rij observeert. Tegen het einde zien ze elkaar even, maar Jack verdwijnt dus het komt nooit tot een gesprek. Het visuele afscheid van elkaar heeft plaatsgevonden. Het volgende afscheid vindt plaats in briefvorm.
Die brief zal waarschijnlijk bestaan uit teksten van de inmiddels talloze afscheidsbrieven die ik zelf heb geschreven. De meeste aan één persoon. Ik probeerde meerdere keren om me te distantiëren van haar, maar het bleek moeilijker dan gedacht. Sommige zijn mooi en poëtisch, andere zijn treurig en pathetisch. Allemaal aspecten van deze man die toch vooral met zichzelf bezig is.
De laatste poging dateert van enkele dagen geleden en is voor mijn doen een korte laatste mail geworden. Maar uiteindelijk is het gelukt. Ik kondigde netjes aan dat dit mijn laatste laatste mail zou worden en daar ga ik me aan houden. Zelfs al waren er dingen in haar reactie waarop ik graag gereageerd had. Ik weet mezelf te bedwingen, want anders houdt het zichzelf eeuwig in stand. Het is genoeg geweest. Voor mij, maar (ook al zegt ze zelf dat ze het wel aankan) vooral ook voor haar.
Er zijn slechtere manieren om een contact te beëindigen. De mislukte vriendschap voor deze was een stuk minder prettig geëindigd bijvoorbeeld. En dat zegt heel wat ;-) . Ondanks het drama is voor mijn doen dit keer de schade nog aardig beperkt gebleven. Ze haat me niet, tenminste: ik krijg niet die indruk, dus dat is winst. Want als je veel met jezelf bezig bent, wil dat nog niet per definitie zeggen dat je niet om anderen kunt geven. Er is hooguit wat weinig ruimte voor. Te weinig om iets zinvols en bijzonders op te bouwen.
Misschien kunnen mensen leren van mijn fouten. Daarom zet ik mijn literaire exhibitionisme dan ook voort in de meest ultieme vorm. Een soort van autobiografie in column (of blog) stijl opgehangen aan verschillende onderwerpen die onderling met elkaar verbonden zijn. Ongeneerd over mezelf kunnen schrijven, hoewel ik er soms nog een beetje huiverig voor ben. Want bij dat exhibitionisme hoort natuurlijk ook publicatie en dat maakt het in dit geval wel een beetje link. In fictie kan een schrijver zich verschuilen. Maar als je over jezelf schrijft, wordt dat toch wat lastiger. Dus hoeveel wil ik vertellen? Eigenlijk wil ik alles vertellen, want ik zou er schijt aan moeten hebben wat anderen daar van vinden. Ik zou me niet moeten laten pletten onder de maatschappelijke druk waarin bepaalde zaken nog altijd ernstig in de taboesfeer hangen, zelfs al zijn ze voor veel mensen gesneden koek.
Ik zie Jack's verhaal dan ook een beetje als een opmaat. Het is maar een onderdeel van het grotere geheel en ik speel met de gedachte om dus veel verder te gaan. Mijn eerste hoofdstuk over de aversie tegen sport en mijn tweede hoofdstuk over datingsites waren nog peanuts vergeleken bij wat er kan komen. De derde gaat waarschijnlijk over waarom ik geen kinderen kan krijgen en daar wordt het al een stuk heftiger (maar wel met de beloofde humor erin).
Literair exhibitionisme: het kent geen grenzen, anders dan de grenzen die de literair exhibitionist zelf stelt. Ik lees medebloggers, columnisten en fictieschrijvers en probeer er zoveel mogelijk henzelf uit te destilleren. Bij de één gaat dat makkelijker als bij de ander. Het is soms een spannende puzzeltocht door iemands ziel. Misschien dat iemand anders dat straks ook wel bij dit verhaal gaat doen, dan is mijn literaire exhibtionisme natuurlijk bijzonder geslaagd!
donderdag 6 mei 2010
woensdag 5 mei 2010
Who the fuck is Bill?
Ergens in het verhaal is er een vader in het spel gekomen. Handig, want ik had nog niet zo veel personages, dus het breekt lekker. Maar in dit hele gebeuren vind ik het gebrek aan personages juist wel prettig, want de focus ligt op de twee mensen waar het echt om gaat. Of misschien wel op die ene persoon waar het in dit verhaal nog meer om gaat.
Dus wie is Bill en wat doet hij in godesnaam in dit verhaal? Hoe bewust is hij gemaakt en in hoeverre is hij een wezenlijk onderdeel?
Al vroeg in het verhaal begint Bill met het uitdelen van de eerste klappen. Hij laat de hoofdpersoon zich afvragen wat die waard is. Of eigenlijk: het is zijn doel om Jack waardeloos te laten voelen. Dat lukt ten dele, want er is een deel van Jack dat gewoon weinig waarde heeft. Maar er is ook een deel aan hem waarvan de waarde gewoon niet onderkend wordt.
Nu het einde nadert, blijkt William Ryder een belangrijke protagonist in het verhaal te zijn. Maar hij is veel meer dan dat. Bij het schrijven van hoofdstuk 20, kwam dat ineens haarscherp naar voren. Bill is niet alleen een persoon, maar in het grotere geheel is hij een kracht. Hij is de onmacht die levens regeert en mensen uit elkaar trekt. Hij is die onbeschrijfelijke macht die niemand kent maar die overal in zit. Noem het God (ik persoonlijk liever niet, want ik kies ervoor niet in sprookjes te geloven), noem het Goden (die Grieken en Romeinen hielden er in ieder geval hele smeuïge verhalen aan over), noem het Lot (een verheven woord voor alles waar je geen grip op hebt). Het doet er niet toe hoe je het noemt, maar het is er wel.
Bill is alles in het leven dat oneerlijk is en wat je te accepteren hebt. Je kunt het nooit van hem winnen, hoe hard je ook vecht. Af en toe kun je hem een klap uitdelen, maar hij herstelt zich snel. Veel sneller dan jij ooit zal kunnen. Dan merk je dat als je niet vecht, alles ineens veel makkelijker gaat. You can only play the cards you've been dealt. And when life deals you lemons, make lemonade (easy on the sugar 'cause it rots away your teeth!).
En zo is Bill ineens geworden tot alles waar ik in mijn leven voor en tegen gevochten heb. Voor de vriendschappen die ik niet mocht hebben. Voor de liefdes die ik niet mocht ervaren. Voor het geluk dat niet voor mij is weggelegd. Voor de dromen die nooit uitkomen. Tegen de oneerlijke mensen die misbruik van mij hebben gemaakt. Tegen het onrecht waar ik elke keer weer tegenaan loop. Tegen de pijn van het ervaren dat andere mensen veel minder met Bill te maken krijgen.
Nu ik gestopt ben met vechten tegen Bill, gaat het leven een stuk makkelijker. Ik jaag geen dromen meer na, stel mezelf niet meer open voor nieuwe vriendschappen. Keer mogelijke liefdes al bij voorbaat de rug toe. Negeer geluk op dezelfde wijze waarop ik ongeluk negeer, waardoor ik in een comfortabele status quo verzeild ben geraakt. Ik ga zoveel mogelijk mensen uit de weg, waarmee het risico om oneerlijke varianten tegen te komen aanzienlijk verkleind wordt. Ik leef in een ritme waarin ik weinig meer echt meemaak, dus ook geen onrecht.
Het is een comateus bestaan en het bevalt me wel. Het restje gevoel dat er nog is, verdwijnt in mijn verhalen en daarbuiten doe ik wat er van me verwacht wordt. Ik ben er voor de enkele mensen die ik dat waard vind en dat is genoeg om mezelf staande te houden.
Ik had laatst een gesprek met mijn ouders over het boek Pil, van Mike Boddé. Het is voor mij een heel herkenbaar boek en het is ontstellend knap hoe hij zijn toestand heeft verwoord. Alleen op het einde wordt het een stuk minder herkenbaar voor mij, want hij kent zowaar geluk. Zover ben ik nooit gekomen. Ik mag blij zijn met een staat van redelijke rust. Geen pieken, maar ook geen al te diepe dalen.
Ik vertelde mijn ouders dat het me eigenlijk niet zo heel veel uit zou maken als ik er morgen niet meer zou zijn. En hoe fijn het is om dat te realiseren. Ik heb in principe niemand om echt voor te leven. Natuurlijk zouden mijn familie en vriendinnen verdrietig zijn als ik stierf, maar dat zou slijten. Er is niemand die ik echt achterlaat en niemand aan wie ik een bepaalde verantwoordelijkheid schuldig ben.
Het is wat anders om de dood actief op te zoeken. Dat doe ik niet. Ik leef mijn leven uit, zolang het er is. Maar er is ook geen enkele drive om zo lang mogelijk door te leven. Want als ik zou weten dat ik er morgen niet meer ben, dan zou er niets zijn wat ik nog gauw even zou willen doen. Ik heb alles gedaan wat gedaan moest worden en er is niets belangrijk genoeg om voor te blijven leven.
Mijn ouders begrepen dat. Het was een rustig gesprek en er was begrip voor mijn situatie. Wie ik ben en hoe ik in het leven sta. Het is al heel wat in vergelijking met de situatie waar ik zo'n 15 jaar geleden in zat. Ik ben een eind gekomen en dit is blijkbaar het eindpunt van wat er mogelijk is. Dat wil niet zeggen dat ze het niet jammer vinden. Ik vind het zelf ook best wel eens jammer. Maar ze hebben er vrede mee. Net als ikzelf. Ze maken zich ook geen zorgen over mij, want er is niets om je zorgen over te maken. In hoofdstuk 18 zit een verwijzing naar deze denkwijze. Jack zegt daar:
'Ik lees een boek, schrijf een beetje en ga zo af en toe naar het park. Maar als ik er morgen niet meer zou zijn, dan zou dat ook goed zijn. Het zou me niet uitmaken. Er zijn dingen die ik graag mee zou willen maken, maar ze zullen nooit gebeuren. Ik ga er ook niet meer op wachten.'
Hoofdstuk 18 is sowieso een signature piece gebleken. Het is de plek waar de conclusie van een zoektocht volledig wordt weergegeven in slechts enkele woorden. De hoofdstukken die erna komen, die ik nu schrijf, zijn nodig om het verhaal af te maken, maar het werkelijke einde ligt al besloten in hoofdstuk 18. Ik heb het een paar keer overgelezen. Er gaat nog wat aan gesleuteld worden, maar ik ben tevreden met de boodschap die er uitgehaald kan worden. Er zitten lagen en discussiepunten in en ik ben er heel erg blij mee. Een mooie uitvalsbasis voor het latere herschrijven.
Mijn laatste gevecht met Bill is dus geweest. Ik ben een nieuw mens. Geen betere. Ik ben verre van een goed mens. Geen Gerben 4.0, zoals Mike zichzelf wel noemt. Maar ik ben ook niet minder geworden. Ik ben gewoon wat ik altijd ben geweest en ik ben dat nu meer dan ooit. Dus Bill, ga maar fijn iemand anders lastig vallen. Ik ga het gevecht niet meer aan.
Nog drie hoofdstukken. De ruwe lijn staat in mijn hoofd al uit. Het eerste hoofdstuk zal plaatsvinden in de rechtszaal, waar Lynn na lange tijd haar eerste zaak weer verdedigt en Jack achterin zit en stiekem voor de laatste keer naar haar kijkt. Het tweede hoofdstuk is een afscheidsbrief en het derde hoofdstuk wordt het afscheid van de stad. En dan is er nog de epiloog natuurlijk, maar dat is gewoon een poëtische verlenging van het hoofdstuk daarvoor en je hebt het al kunnen lezen op dit blog.
Wat zal ik blij zijn als ik er klaar mee ben. Want met alles wat het me heeft opgeleverd aan zelfinzicht, is het ook best wel eens een last. Toch kies ik ervoor om met een nieuw boek bezig te gaan, dat nog specifieker over mij gaat. Je zou me een narcist kunnen noemen. Het heeft er alle schijn van. Maar ik spaar mezelf niet, daar zit wel een verschil. Het nieuwe boek wordt overigens veel lichter. Ik doe m'n best om er een flinke lading humor tussendoor te mixen en dat lukt heel aardig. Er zijn nu drie hoofdstukken geschreven. De eerste heb je kunnen lezen op dit blog. De titel staat al en dekt de lading:
30 Jaar Niemand
Dan moet ik trouwens wel opschieten, want eind van het jaar word ik 31 en dat staat toch een stuk minder leuk als boektitel. ;-)
Dus wie is Bill en wat doet hij in godesnaam in dit verhaal? Hoe bewust is hij gemaakt en in hoeverre is hij een wezenlijk onderdeel?
Al vroeg in het verhaal begint Bill met het uitdelen van de eerste klappen. Hij laat de hoofdpersoon zich afvragen wat die waard is. Of eigenlijk: het is zijn doel om Jack waardeloos te laten voelen. Dat lukt ten dele, want er is een deel van Jack dat gewoon weinig waarde heeft. Maar er is ook een deel aan hem waarvan de waarde gewoon niet onderkend wordt.
Nu het einde nadert, blijkt William Ryder een belangrijke protagonist in het verhaal te zijn. Maar hij is veel meer dan dat. Bij het schrijven van hoofdstuk 20, kwam dat ineens haarscherp naar voren. Bill is niet alleen een persoon, maar in het grotere geheel is hij een kracht. Hij is de onmacht die levens regeert en mensen uit elkaar trekt. Hij is die onbeschrijfelijke macht die niemand kent maar die overal in zit. Noem het God (ik persoonlijk liever niet, want ik kies ervoor niet in sprookjes te geloven), noem het Goden (die Grieken en Romeinen hielden er in ieder geval hele smeuïge verhalen aan over), noem het Lot (een verheven woord voor alles waar je geen grip op hebt). Het doet er niet toe hoe je het noemt, maar het is er wel.
Bill is alles in het leven dat oneerlijk is en wat je te accepteren hebt. Je kunt het nooit van hem winnen, hoe hard je ook vecht. Af en toe kun je hem een klap uitdelen, maar hij herstelt zich snel. Veel sneller dan jij ooit zal kunnen. Dan merk je dat als je niet vecht, alles ineens veel makkelijker gaat. You can only play the cards you've been dealt. And when life deals you lemons, make lemonade (easy on the sugar 'cause it rots away your teeth!).
En zo is Bill ineens geworden tot alles waar ik in mijn leven voor en tegen gevochten heb. Voor de vriendschappen die ik niet mocht hebben. Voor de liefdes die ik niet mocht ervaren. Voor het geluk dat niet voor mij is weggelegd. Voor de dromen die nooit uitkomen. Tegen de oneerlijke mensen die misbruik van mij hebben gemaakt. Tegen het onrecht waar ik elke keer weer tegenaan loop. Tegen de pijn van het ervaren dat andere mensen veel minder met Bill te maken krijgen.
Nu ik gestopt ben met vechten tegen Bill, gaat het leven een stuk makkelijker. Ik jaag geen dromen meer na, stel mezelf niet meer open voor nieuwe vriendschappen. Keer mogelijke liefdes al bij voorbaat de rug toe. Negeer geluk op dezelfde wijze waarop ik ongeluk negeer, waardoor ik in een comfortabele status quo verzeild ben geraakt. Ik ga zoveel mogelijk mensen uit de weg, waarmee het risico om oneerlijke varianten tegen te komen aanzienlijk verkleind wordt. Ik leef in een ritme waarin ik weinig meer echt meemaak, dus ook geen onrecht.
Het is een comateus bestaan en het bevalt me wel. Het restje gevoel dat er nog is, verdwijnt in mijn verhalen en daarbuiten doe ik wat er van me verwacht wordt. Ik ben er voor de enkele mensen die ik dat waard vind en dat is genoeg om mezelf staande te houden.
Ik had laatst een gesprek met mijn ouders over het boek Pil, van Mike Boddé. Het is voor mij een heel herkenbaar boek en het is ontstellend knap hoe hij zijn toestand heeft verwoord. Alleen op het einde wordt het een stuk minder herkenbaar voor mij, want hij kent zowaar geluk. Zover ben ik nooit gekomen. Ik mag blij zijn met een staat van redelijke rust. Geen pieken, maar ook geen al te diepe dalen.
Ik vertelde mijn ouders dat het me eigenlijk niet zo heel veel uit zou maken als ik er morgen niet meer zou zijn. En hoe fijn het is om dat te realiseren. Ik heb in principe niemand om echt voor te leven. Natuurlijk zouden mijn familie en vriendinnen verdrietig zijn als ik stierf, maar dat zou slijten. Er is niemand die ik echt achterlaat en niemand aan wie ik een bepaalde verantwoordelijkheid schuldig ben.
Het is wat anders om de dood actief op te zoeken. Dat doe ik niet. Ik leef mijn leven uit, zolang het er is. Maar er is ook geen enkele drive om zo lang mogelijk door te leven. Want als ik zou weten dat ik er morgen niet meer ben, dan zou er niets zijn wat ik nog gauw even zou willen doen. Ik heb alles gedaan wat gedaan moest worden en er is niets belangrijk genoeg om voor te blijven leven.
Mijn ouders begrepen dat. Het was een rustig gesprek en er was begrip voor mijn situatie. Wie ik ben en hoe ik in het leven sta. Het is al heel wat in vergelijking met de situatie waar ik zo'n 15 jaar geleden in zat. Ik ben een eind gekomen en dit is blijkbaar het eindpunt van wat er mogelijk is. Dat wil niet zeggen dat ze het niet jammer vinden. Ik vind het zelf ook best wel eens jammer. Maar ze hebben er vrede mee. Net als ikzelf. Ze maken zich ook geen zorgen over mij, want er is niets om je zorgen over te maken. In hoofdstuk 18 zit een verwijzing naar deze denkwijze. Jack zegt daar:
'Ik lees een boek, schrijf een beetje en ga zo af en toe naar het park. Maar als ik er morgen niet meer zou zijn, dan zou dat ook goed zijn. Het zou me niet uitmaken. Er zijn dingen die ik graag mee zou willen maken, maar ze zullen nooit gebeuren. Ik ga er ook niet meer op wachten.'
Hoofdstuk 18 is sowieso een signature piece gebleken. Het is de plek waar de conclusie van een zoektocht volledig wordt weergegeven in slechts enkele woorden. De hoofdstukken die erna komen, die ik nu schrijf, zijn nodig om het verhaal af te maken, maar het werkelijke einde ligt al besloten in hoofdstuk 18. Ik heb het een paar keer overgelezen. Er gaat nog wat aan gesleuteld worden, maar ik ben tevreden met de boodschap die er uitgehaald kan worden. Er zitten lagen en discussiepunten in en ik ben er heel erg blij mee. Een mooie uitvalsbasis voor het latere herschrijven.
Mijn laatste gevecht met Bill is dus geweest. Ik ben een nieuw mens. Geen betere. Ik ben verre van een goed mens. Geen Gerben 4.0, zoals Mike zichzelf wel noemt. Maar ik ben ook niet minder geworden. Ik ben gewoon wat ik altijd ben geweest en ik ben dat nu meer dan ooit. Dus Bill, ga maar fijn iemand anders lastig vallen. Ik ga het gevecht niet meer aan.
Nog drie hoofdstukken. De ruwe lijn staat in mijn hoofd al uit. Het eerste hoofdstuk zal plaatsvinden in de rechtszaal, waar Lynn na lange tijd haar eerste zaak weer verdedigt en Jack achterin zit en stiekem voor de laatste keer naar haar kijkt. Het tweede hoofdstuk is een afscheidsbrief en het derde hoofdstuk wordt het afscheid van de stad. En dan is er nog de epiloog natuurlijk, maar dat is gewoon een poëtische verlenging van het hoofdstuk daarvoor en je hebt het al kunnen lezen op dit blog.
Wat zal ik blij zijn als ik er klaar mee ben. Want met alles wat het me heeft opgeleverd aan zelfinzicht, is het ook best wel eens een last. Toch kies ik ervoor om met een nieuw boek bezig te gaan, dat nog specifieker over mij gaat. Je zou me een narcist kunnen noemen. Het heeft er alle schijn van. Maar ik spaar mezelf niet, daar zit wel een verschil. Het nieuwe boek wordt overigens veel lichter. Ik doe m'n best om er een flinke lading humor tussendoor te mixen en dat lukt heel aardig. Er zijn nu drie hoofdstukken geschreven. De eerste heb je kunnen lezen op dit blog. De titel staat al en dekt de lading:
30 Jaar Niemand
Dan moet ik trouwens wel opschieten, want eind van het jaar word ik 31 en dat staat toch een stuk minder leuk als boektitel. ;-)
zaterdag 1 mei 2010
The trouble with Jack
'Ben jij helemaal gek geworden?'
Het is de eerste zin van hoofdstuk 19. Het heeft eventjes geduurd voordat ik er aan begon, omdat ik niet meer zo goed wist wat ik met het verhaal aan moest. In de loop van de tijd is mijn idee over het verhaal behoorlijk veranderd, waardoor het verhaal zelf natuurlijk ook veranderd. Dat werd dus een beetje een probleem voor mij. Wat moest ik met Jack verder aan? Moet ik het in de oude opzet afmaken of eerst gaan herschrijven en op basis daarvan de laatste, naar verwachting, zes hoofdstukken te schrijven? Ik heb voor de eerste optie gekozen. En dus werd gisteren eindelijk hoofdstuk 19 'geboren'.
Het is het kortste hoofdstuk in het boek geworden. Het bestaat bijna volledig uit dialoog en ik ben er behoorlijk tevreden over. Dat zegt heel wat, want ik ben niet zo heel gauw tevreden met wat ik maak. Als ik sommige hoofdstukken teruglees die op het andere blog te vinden zijn, dan irriteer ik me nog wel eens aan bepaalde passages. Ik maak een mentale aantekening dat ik daar in de nabije toekomst toch echt iets aan moet gaan doen. In het uiteindelijke boek dan, want op de site blijft de eerste versie gewoon staan. Zo zal uiteindelijk het verschil goed zichtbaar worden tussen het begin en het eindproduct. Dat is eigenlijk alleen voor mezelf echt interessant natuurlijk, maar daarvoor is het ook een experiment.
Nu hoofdstuk 19 staat, zullen de volgende hoofdstukken waarschijnlijk makkelijker vorm gaan krijgen. Zelfs al weet ik nu nog niet hoe ik naar het einde toe moet werken dat ik in gedachten heb. En of het verhaal dat gaat toestaan. Want het zal niet voor het eerst zijn dat ik een einde moet laten varen, omdat het verhaal mij een andere kant op stuurt. Wat dat betreft heb ik soms verrassend weinig te zeggen over mijn eigen creatie.
Dat is het probleem met Jack. Hij gaat een beetje zijn eigen leven leiden. En ik kan alleen maar volgen. Maar dat maakt het dan ook wel weer spannend. Want waar gaan we nu eigenlijk naartoe?
Het is de eerste zin van hoofdstuk 19. Het heeft eventjes geduurd voordat ik er aan begon, omdat ik niet meer zo goed wist wat ik met het verhaal aan moest. In de loop van de tijd is mijn idee over het verhaal behoorlijk veranderd, waardoor het verhaal zelf natuurlijk ook veranderd. Dat werd dus een beetje een probleem voor mij. Wat moest ik met Jack verder aan? Moet ik het in de oude opzet afmaken of eerst gaan herschrijven en op basis daarvan de laatste, naar verwachting, zes hoofdstukken te schrijven? Ik heb voor de eerste optie gekozen. En dus werd gisteren eindelijk hoofdstuk 19 'geboren'.
Het is het kortste hoofdstuk in het boek geworden. Het bestaat bijna volledig uit dialoog en ik ben er behoorlijk tevreden over. Dat zegt heel wat, want ik ben niet zo heel gauw tevreden met wat ik maak. Als ik sommige hoofdstukken teruglees die op het andere blog te vinden zijn, dan irriteer ik me nog wel eens aan bepaalde passages. Ik maak een mentale aantekening dat ik daar in de nabije toekomst toch echt iets aan moet gaan doen. In het uiteindelijke boek dan, want op de site blijft de eerste versie gewoon staan. Zo zal uiteindelijk het verschil goed zichtbaar worden tussen het begin en het eindproduct. Dat is eigenlijk alleen voor mezelf echt interessant natuurlijk, maar daarvoor is het ook een experiment.
Nu hoofdstuk 19 staat, zullen de volgende hoofdstukken waarschijnlijk makkelijker vorm gaan krijgen. Zelfs al weet ik nu nog niet hoe ik naar het einde toe moet werken dat ik in gedachten heb. En of het verhaal dat gaat toestaan. Want het zal niet voor het eerst zijn dat ik een einde moet laten varen, omdat het verhaal mij een andere kant op stuurt. Wat dat betreft heb ik soms verrassend weinig te zeggen over mijn eigen creatie.
Dat is het probleem met Jack. Hij gaat een beetje zijn eigen leven leiden. En ik kan alleen maar volgen. Maar dat maakt het dan ook wel weer spannend. Want waar gaan we nu eigenlijk naartoe?
Abonneren op:
Posts (Atom)