Dit schrijverslog is een onderdeel van het project: Jack's Laatste
Droom
en moet gezien worden als ondersteuning en aanvulling
op het materiaal dat daar te lezen is.


zondag 16 mei 2010

Every Day Create Your hiSTORY (1)

Eigenlijk heb ik helemaal niets te melden. Waarom ik dan toch weer hier een stukje schrijf? Omdat het zoveel zegt. Misschien komt het omdat het nu bijna een jaar geleden is. Dat ik me dat realiseer en er onbewust innerlijk ook op reageer. Misschien komt het daardoor.

Of ik ben gewoon lui. Dat kan ook. Want ik heb echt nergens zin in. Er is zoveel wat ik zou kunnen doen. Dit project afmaken bijvoobeeld, waarvan nog slechts een paar hoofdstukken resten. Ik zou het zo kunnen eindigen. Met een klein beetje tijd. En daar heb ik genoeg van. Vierentwintig uur per dag. Goed, er gaan er een paar af om te slapen (een stuk of acht als ik geluk heb, maar meestal minder). Dan moeten er nog een aantal af om te werken (een stuk of tien, inclusief eventuele reistijd). Beetje eten (maximaal twee uur per dag, meestal minder als ik geluk heb). Dan blijven er toch al gauw vier uur over om aan mijn boek te werken. Maar het gebeurt niet.

Er is zoveel wat ik zou kunnen doen. Ik zou bijvoorbeeld verder kunnen gaan met mijn volgende boek. Die met de columns. Maar ik heb er geen zin in.

Er is zoveel wat ik zou kunnen doen. Ik zou bijvoorbeeld het prentenboek af kunnen maken, waarvoor de tekst inmiddels staat en het maken van de illustraties een ware beproeving zijn gebleken. Wat ik overigens van te voren wel wist, want de plaatjes in mijn hoofd komen er nooit zo uit op een computerscherm. Maar toch beleef ik er wel plezier aan. Als ik er zin in heb. Wat nu niet het geval is.

Er is zoveel wat ik zou kunnen doen. Ik zou bijvoorbeeld een wandeling over de hei kunnen maken. Zo af en toe schijnt de zon, zie ik. Maar het gebeurt niet.

Er is zoveel wat ik zou kunnen doen. Ik zou kunnen lezen bijvoorbeeld. Ik heb net een prachtig boek uit en ik ben in principe wel bezig in een ander boek. Maar daar heb ik weinig zin in. Het boek is niet slecht, denk ik, maar het is gewoon het verkeerde boek op het verkeerde moment. Ik lees door, dus het gebeurt wel, maar toch heb ik er geen zin in.

Er is zoveel wat ik zou kunnen doen. Ik zou bijvoorbeeld verder kunnen gaan met mijn studie, maar die heb ik sinds deze week stopgezet. Ik heb er soms best zin in, maar ook dat gebeurt gewoon niet.

Er is zoveel wat ik zou kunnen doen. Het enige wat ik daadwerkelijk doe, is film kijken. Van alles en nog wat. Er was een tijd dat ik heel veel films keek. Lezen en schrijven hebben die bezigheid van hun plaats verdrongen. De bioscoop heb ik al in geen tijden meer van binnen gezien, domweg omdat er niemand is om mij daar gezelschap te houden. En er zijn dingen die je niet in je eentje doet. Terwijl ik films wel in mijn eentje op de bank kijk. Dat is toch weer anders. Eigenlijk heb ik ook daar niet eens echt zin in, maar het gebeurt wel. Want het dood de tijd.

Er is zoveel wat ik zou kunnen doen, maar even doe ik helemaal niks. Dat gaat veranderen. Mijn agenda is voor de komende weken behoorlijk gevuld. Dus ook dan zal er van die laatste hoofdstukken weinig terechtkomen. Bijna allemaal dingen waar ik helemaal geen zin in heb, maar ze gebeuren wel, want je moet je naar de buitenwereld nu eenmaal anders opstellen.

Ben ik gewoon lui? Is dat de reden waarom ik op deze zondag (en de dagen ervoor) niet zo actief met dingen bezig ben als anders? Of komt het omdat ik me realiseer dat het nu bijna een jaar geleden is? Nog een paar weken. En dan is het een jaar geleden dat er een breekpunt ontstond in mijn geschiedenis. Dat weet ik nu. Dat wist ik toen nog niet. Een jaar geleden gebeurde er een schijnbaar onbetekenend iets. Iets dat zoveel betekenis zou krijgen, een jaar later. Iets dat mijn leven voorgoed veranderde. Het is al weer bijna een jaar geleden dat ...

maandag 10 mei 2010

Tampon

Soms zijn er van die momenten waarop je denkt: Ik wou dat ik nog een echt blog had. Eentje waar ik allerlei vreemde anekdotes op kwijt zou kunnen. Want zelfs al ben ik al tijden gestopt met een blog in de blogste zin van het woord, toch zijn er op een dag nog wel eens 'blogmomenten'. Dat je denkt: daar zou ik nou eens een leuk, nietszeggend doch verstrooiend stukkie van kunnen maken.

De dagen van een echt blog liggen achter me. Mijn oorspronkelijke blog is omgebouwd tot interactief verhaal en dit blog is er ter ondersteuning van dat 'blog'. Maar ook dit is niet echt een blogblog. Niet zoals de enkele andere blogs die ik graag mag bezoeken. Zo nu en dan komt er wel eens wat blogachtigs tussen de regels door. Omdat ik het soms niet kan helpen. Daarbij is een blog natuurlijk ook niet echt aan regels gebonden. Dus alles wat persoonlijk is op internet is een blog en niets wat persoonlijk is op internet is een blog. Doet er ook niet toe.

Afgelopen weekend had ik weer zo'n blogerlebnis. Zo'n moment dat je gewoon even in tekst wil vatten en de digitale wereld in wilt slingeren, zodat totaal onbekenden in grote getale (of in mijn geval in zeer beperkte kring) kennis kunnen nemen van de wondere wereld der mensheid. Dus hier gaat 'ie nog een keertje. Om het af te leren. Een beschrijving van een situatie op een zaterdag in de boekwinkel.

Tampon

Het is druk vandaag. Het is de dag voor moederdag, dus er worden veel boeken verkocht. Gelukkig zijn er nog mensen die iets originelers verzinnen dan die eeuwige luchtjes of verlepte bosjes bloemen van de markt. Hoewel, dezelfde titels komen opvallend vaak langs, dus originaliteit is ook hier ver te zoeken. Maar ik heb een boekenhart, dus elk bedrukt stapeltje papier dat over de toonbank gaat, volg ik met plezier.

Het is druk, maar ik heb altijd aandacht voor de klant. Dat is m'n werk. En soms is het zelfs nog leuk ook. Dus ik neem de tijd als een klant mij om hulp vraagt. De hulpvragen zijn uiteenlopend, maar meestal snel geregeld. Want ik heb aandacht voor de klant, maar ik probeer natuurlijk wel efficiënt te werken. Dat valt alleen niet altijd mee.

Er komt een vrouw naar de balie. Grijs haar, bril. Ze praat plat Veluws, waarvan ik tracht hieronder een visueelletterlijke interpretatie te geven. Ze zegt: 'Hèj ock Neelansengelsengelsneelans?' Ik kan niet plat praten, maar het aardig verstaan, dus ik antwoord: 'Een woordenboek bedoelt u?'De vrouw zegt: 'so iets jah', waarna ik haar naar de kast met woordenboeken begeleid. Ik wijs een flinke dikke aan, want ik krijg de indruk dat ze die wel kan gebruiken. Maar nee, ze zoekt iets kleiners. Ik pak dan maar gelijk de kleinste van het stel: een Prisma Miniwoordenboek. Ze kijkt bedenkelijk en slaat het pietepeuterige boekje op een willekeurige pagina op. Ze leest: 'Tampon ... tampon.'
Ze spreekt het Nederlandse woord en de Engelse 'vertaling' precies hetzelfde uit. Op z'n Nederlands dus en met een Veluws accent. Ik bedwing de innerlijke neiging haar te corrigeren, maar stiekem had ik op z'n overdreven Amerikaans-Engels willen zeggen: 'Tèèèèmpòòòòhn'. Bovendien spreekt ze het uit alsof ze geen idee heeft wat het woord precies inhoudt. Ze is al wat ouder, ergens achter in de zestig schat ik, dus ze zal ze zelf niet meer nodig hebben. Maar ik ben een vriendinloze man en zelfs ik weet om wat voor kleinnood het gaat. Terwijl ik daarover nog diepe gedachten bezig, hoor ik haar zeggen: 'Eienlik zuuk ik nog iets kleines'.
Er is niets kleiners in de woordenboeken, dus ik moet het over een andere boeg gooien: De Wat&Hoe boekjes met zinnetjes die zijn toegespitst op de toeristische noodzaak. Dat blijkt een schot in de roos, want ... ze gaat op vakantie naar Canada. 'Ja,' zeg ik 'dan heeft u hier vast meer aan dan aan een woordenboek.' Vol goede moed slaat ze ook dit boekje open. Op een willekeurige pagina leest ze voor: 'Mut ik mien bagage weer opnuw inchecken?' Een belangrijke zin als je naar Canada gaat en een tussenstop maakt. Het staat er in ABN, maar ze vertaalt al direct in het plat. Zelfs 'inchecken' weet ze met het grootste gemak te verplatten. Dan zegt ze: 'En doaronder steet dus de Engelse vertoaling.' Maar die leest ze niet op. Ze kijkt er naar en zegt dan: 'Das wèh maklik, want ik kan helemoal gin Engels.'

Verbouwereerd reken ik het boekje met haar af. Ook als weegt het niet veel, het is duidelijk dood gewicht in haar bagage naar Canada. En terwijl ze wegloopt vraag ik me af: 'Wat nou als ze een reis naar het Franstalige deel van Canada geboekt heeft?'